Ooit, ik weet niet meer wanneer en waar, had ik iets over wandelen in Marokko gelezen. Vanaf dat moment wilde ik dat ook, waarom wist ik eigenlijk niet eens. Jaren later las ik informatie over een door de bergsportvereniging georganiseerde z.g. vreemde voettocht in Marokko van 14 dagen in februari. Dat is het, wist ik en mijn man en ik meldden ons aan. Bovendien verlengden wij de reis met 14 dagen om na de wandeltocht nog samen verder kennis te kunnen maken met het land. Dat was in 1999. Het werd een fantastische reis. Marokko is eigenlijk zo dicht bij, maar zo anders, een kompleet andere wereld. Het begon al heel goed met de wandeltocht.  Prachtige natuur, prettige tochtgenoten, warme en bijzondere ontmoetingen onderweg. Kortom, ik had de smaak te pakken. Na afscheid van de groep te hebben genomen, huurden we een auto en trokken verder. We bezochten als eerste onze gids en muildiermannen van de net gelopen tocht. We werden hartelijk onthaald, moesten blijven eten en slapen, kregen zelfs nog cadeautjes mee van het weinige dat ze zelf hadden.

Laat ik nog even in herinnering brengen dat Marokko een arm land is en dat de meeste mensen heel erg arm zijn. Slechts 1 op de 10 mensen heeft werk en die moet het dan voor die andere 9 verdienen, want er zijn geen sociale voorzieningen. Dan is het heel ontroerend als je van een muildierman een bosje kunstbloemen krijgt dat de enige versiering is in z’n lemen huis en waar een tapijt het enige meubelstuk is. Dat op zich foeilelijke bosje bloemen siert – samen met nog meer van dit soort dierbare herinneringen – op dit moment nog steeds onze gastenruimte in Frankrijk (van onze bed & breakfast), die ik in Marokkaanse stijl heb ingericht.

Goed, verder met de historie. Na dit bezoek trokken we verder richting zuiden, richting woestijn, omdat we daar ook een wandeling wilden maken. We namen aanvankelijk een hotel in Zagora, maar na een nacht werden we uitgenodigd bij Allal. Hij regelde een woestijntrek voor ons van een dag of 5. Dat liep echter allemaal heel anders (dat is een prachtig verhaal op zich) en uiteindelijk waren we 3 nachten te gast bij zijn familie, een waarschijnlijk rijke Toeareg familie, gezien het aantal paarden en kamelen dat Allal bezat. Die rijkdom was verder overigens nergens aan af te zien. Weliswaar had deze voormalige nomadenfamilie een huis gebouwd, op de binnenplaats stond nog steeds hun tent. Sterker nog, Allals familie woonde in de tent, de geiten, kippen en andere beesten leefden in de vertrekken van het huis. Daar had ik de eerste contacten – zij het met handen- en voetentaal – met Marokkaanse vrouwen, de oma, moeder en tantes van Allal. Oma van misschien wel 90 die me stiekem onder haar sluier haar met henna felrood geverfde haar liet zien en die dat bij mij – kortharige blonde – ook graag wilde doen.
Het was onze tweede hartverwarmende ervaring met de Marokkaanse bevolking.

Hierna vertrokken we naar Marrakech, die prachtige, mysterieuze stad als uit de Sprookjes van 1001 Nacht. Voor ons op dat moment echter voldoende voor twee nachten. Na drie weken stilte overviel ons de drukte wel heel erg. Mijn man is een echte hoge-bergen-mens en de dichtbij gelegen Hoge Atlas, waaronder de Toubkal, de hoogste berg van Marokko (4167 m) trokken wel heel erg. We togen dan ook voor onze laatste dagen naar Imlil, een dorp op 1500 m dat vaak wordt gebruikt als uitvalsbasis voor beklimmingen van die Toubkal. Inmiddels was het wel maart, maar hoewel het overdag aangenaam kan zijn, is het nog veel te koud om die beklimming te maken. Bovendien lag er in dat jaar gelukkig veel sneeuw. Niet gelukkig voor ons, maar wel voor de bewoners want sneeuw is onontbeerlijk voor de watervoorziening. (De drie jaren daarna heeft het weinig gesneeuwd en dan kampt het hele achterland direct met grote droogte en dus nog meer armoede.)
Maar, we konden nog wel een tweedaagse wandeling in de omgeving van Imlil maken. We namen een hotelletje (nou ja, hotelletje) en de jongen die er de scepter zwaaide vertelde ons desgevraagd dat z’n oom wel over zo’n wandeling kon adviseren. En dat was Brahim. Nou loop je in Marokko niet in je eentje of met z’n tweeën. Niet alleen zijn er vrijwel geen goede wandelkaarten, zijn de wandelpaden geen gemarkeerde wandelroutes, maar muildierpaden van de bewoners, spreek je de taal niet (weliswaar spreken veel Marokkanen die op school hebben gezeten Frans, maar voor de arme bergbevolking was/is dat nu eenmaal niet weggelegd), maar vooral is het a-sociaal om dat te doen. Door begeleiding van mens en dier in te huren, geef je werk aan een gids, een kok en – afhankelijk van je aantal – aan muildier- of kamelenbegeleiders.

De ontmoeting met Brahim leidde er dus toe dat we de andere dag met hem en z’n oom Hoesseini op pad gingen. ’s Middag wandelde hij nog uitgebreid met ons rond zijn dorp, en toen viel al op dat hij ook bij z’n dorpsgenoten erg geliefd is. Dat viel – ook al spreek je de berbertaal niet – op te maken uit de blije en respectvolle manier waarop iedereen hem begroette. Eerst dachten we nog dat hij een soort burgemeester of zo iets was. Pas jaren later kwam ik er achter dat hij penningmeester van de moskee is, een erebaan, immers je moet heel erg te vertrouwen zijn, want je beheert niet alleen het geld van de lokale moslimgemeenschap, maar je betaalt ook de imam uit. Overigens is Brahim zo bescheiden dat ik dat in eerste instantie niet van hem zelf, maar van een vriend hoorde.
Na een zeer koude avond en nacht (de huizen hebben geen verwarming en nauwelijks ramen) gingen we de andere dag dus met z’n vieren en een muildier op pad. Ondanks de communicatieproblemen (Brahim is voor meer dan 50% doof, Frans is niet onze moedertaal en Hoesseini sprak helemaal geen Frans), klikte het al meteen tussen ons. We hadden een fantastische tweedaagse. We sliepen bij mensen thuis, Hoesseini bereidde fantastische maaltijden voor ons, we hadden veel plezier, genoten van de prachtige natuur en werden ’s morgens zelfs verrast met een dik pak sneeuw. Dit allemaal deed me tegen bij Brahim bij het afscheid van hem en Marokko zeggen: “ik kom zeker nog een keer terug”. Nou zeg je dat allemaal wel meer en ook hij zal dat wel meer gehoord hebben, maar mij liet het ook niet los.

In 2000 hield een stevige operatie mij thuis, maar in de herfst van dat jaar ging het toch kriebelen en ik dacht, als ik het nu niet doe, komt er nooit meer iets van. Dus ik ging aan het werk. Ik nam contact met alle wandelvrienden en -bekenden en schreef een brief naar Brahim met de vraag of hij ons nog kende, en of hij ervoor voelde een 7-daagse wandeling met ons te doen als het me zou lukken voldoende mensen bij elkaar te krijgen. Twee weken erna ging de telefoon en had ik tot mijn stomme verbazing Brahim aan de telefoon. Telefoneren of faxen met Marokko was op dat moment nog helemaal niet zo gemakkelijk. Inmiddels is er een zeer goed mobiel netwerk (Marokko slaat het gewone telefoonnet gewoon over), maar op dat moment kon het gebeuren dat je dagenlang geen verbinding kon krijgen, bovendien was en is het voor de Marokkanen erg duur en is het voor Brahim met zijn doofheid moeilijk communiceren. Hij was ons duidelijk ook niet vergeten en enthousiast over mijn initiatief. Hij zou per fax een voorstel sturen, waarmee ik verder aan de slag kon. Kort en goed resulteerde dit er allemaal in dat we in 2001 met z’n zevenen naar Marokko vertrokken voor een 8-daagse wandeling met Brahim, waaronder de beklimming van de Toubkal, gevolgd door een bezoek aan de koningssteden Marrakech, Fez en Meknes.

Tja, ik verval natuurlijk in herhaling door te zeggen: “het was fantastisch”, maar minder kan ik er niet van maken. Het begon al bij aankomst op de luchthaven van Marrakech. Brahim wachtte ons op en ik werd als een vriendin ontvangen. En dat bleef zo.
Hij regelde alles tot in de perfectie. Voor vertrek bleek dat de helft van de groep op weg naar de Toubkal eigenlijk vooral het ruige werk wilde doen en de andere helft meer voelde voor lopen door lieflijk landschap met bergdorpjes. Probleem, maar we zouden er om loten. Mijn stem was de doorslaggevende factor en ik koos voor het laatste. De andere morgen bleek Brahim – die het iedereen zo goed mogelijk naar de zin wil maken – een dergelijke route te hebben bedacht dat beide wensen gecombineerd werden. Weliswaar een dag langer en met zware etappes ertussen, maar omdat ik allemaal ervaren mensen bij me had, was dat geen probleem.
Na de reis van Marrakech naar Imlil en een door z’n broer geserveerde maaltijd gingen we op weg, met Brahim als gids, Momo, de broer van Hoesseini als kok en nog vier muildieren en hun begeleiders voor de bagage, het eten en de tenten. We sliepen afwisselend bij mensen thuis, in berghutten of in de tent (een grote tent voor ons en een keukentent voor Momo).

Mijn contact met Brahim bleek bijzonder. Tijdens de wandeltocht voerden we lange gesprekken (ja, ondanks die doofheid en de taal). Over ditjes en datjes, maar ook over intiemere dingen. Brahim vertelde veel en vroeg mij honderduit. De hoeveelheid kinderen in Marokko is een groot probleem, de onwetendheid over sexualiteit en allerlei vormen van geboortebeperking is onder velen groot (is me gebleken) en Brahim is een zeer zorgzame vader. Zo kon het dus gebeuren dat ik midden op een bergpad met vijf Marokkaanse mannen om me heen, aan de hand van een tekening in het gruis, stond uit te leggen hoe de sterilisatie van een man in z’n werk gaat (als geheel een prachtige anecdote).

We hebben een paar maanden later overigens afgesproken dat we elkaar van alles mogen vragen. Over ons beider leven, gewoontes, de cultuur, de godsdienst, enz. We luisteren met respect naar elkaars antwoorden en proberen van elkaar te leren en elkaar te begrijpen.  En niet automatisch onze eigen normen en waarden als de juiste te beschouwen, hoe moeilijk dat soms voor ons beiden ook is. De Marokkaanse manier van omgaan met elkaar is zo heel anders als de onze. Wat wij als gewoon ervaren, vinden zij onbeleefd. En andersom. Zo zijn wij heel direct en is “nee” zeggen in Marokko juist onbeleefd. En dan heb ik het nog niet over de verschillen in omgang tussen mannen en -vrouwen. Wij zijn inmiddels elkaars vraagbaak geworden in het leren kennen van twee werelden. Ik heb daarnaast de mogelijkheid om er veel over te lezen. En hoe meer ik hoor en lees, hoe meer ik besef hoe ontzettend moeilijk het voor de – vooral oudere Marokkanen – moet zijn om in onze westerse wereld te integreren (en andersom voor ons in de Marokkaanse wereld natuurlijk).

Dit even als filosofisch tussendoortje in mijn geschiedschrijving. Terug naar “mijn eerste eigen groepsreis”. Het was dus fantastisch, bij tijd en wijle spectaculair en altijd weer hartverwarmend. Mijn toch ervaren reisgenoten, die allen de halve wereld al hebben bereisd, waren allemaal zeer onder de indruk. We namen na die 8 dagen dan ook allemaal met pijn in het hart afscheid van de bergen en van Brahim en z’n mannen. Ik had toen al besloten om Brahim op permanente basis te gaan helpen door het regelmatig organiseren van zo’n reis.

In augustus daarop werd ik uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het huwelijk van Brahims oudste dochter Zohra. Maar tot mijn grote spijt kon ik geen ticket bemachtigen. Omdat ik toch meer moest weten en bespreken over onze samenwerking, ben ik in oktober een week alleen terug gegaan. Ik heb een auto gehuurd en samen hebben we rondgereisd en verschillende mogelijkheden bekeken. We sliepen onderweg bij vrienden of collega’s. De serieuze Brahim en de Marokkaanse cultuur in ogenschouw genomen, stel je dan de verbaasde gezichten voor. Huh, Brahim met een westerse vrouw? Maar, als hij dan uitlegde dat ik niet z’n Europese liefje was, maar dat ik reizen voor hem  probeerde te organiseren, dan werd ik ontvangen als eregast en had ik de leukste ontmoetingen, met mannen en soms met vrouwen. Onderweg deden we boodschappen voor het avondeten, wat we dan ’s avonds samen met onze gastheer nuttigden.
Die manier van reizen heeft heel wat leuke anecdotes opgeleverd, ook als ik die mensen later weer eens ontmoette. Wat te denken van die huisbaas die vol trots z’n dorp aan mij toonde en mij aan z’n dorp. En later die mooie oude baas die volgens z’n “paspoort” al 114 jaar was, maar die aanwees dat hij ongeveer al zo groot was (8 tot 10 jaar) toen hij dat paspoort kreeg, dus misschien wel veel ouder was (hij leefde deze zomer nog steeds).  En die liefdevolle manier waarop hij door z’n tweede vrouw (de eerste was al overleden) en zijn kinderen werd omringd. En de broer van een andere gastheer die doofstom bleek te zijn, en de ontmoeting van Brahim met hem als ‘doven onder elkaar’. De manier van “verstaan” van elkaar en de lol die ze met elkaar hadden.

Kortom, stof te over om enthousiast door te gaan met mijn initiatief. In februari van het jaar daarop maakte ik met een groep een 7-daagse voettocht door de Drâa vallei, woestijnlandschap, dorpjes en oases, gevolgd door een rondreis van een aantal dagen langs natuur en cultuur (de hoogste duinen van Marokko, prachtige kloven, eeuwenoude kasbahs, enz.). En zo is het inmiddels een heel project geworden. Ik maak 2 à 6 reizen per jaar en verzorg daarnaast behoorlijk wat individuele wandelreizen.

Brahim wil me graag zoveel mogelijk van z’n land laten zien, dus probeer ik na elke reis een paar dagen te blijven om weer naar een voor mij onbekend gebied te gaan. Dat levert elke keer weer nieuwe ideeën op.

En het helpt. Ik doe dit inmiddels bijna 15 jaar en ik zie het verschil. Voor zover mogelijk wordt met het verdiende geld namelijk ook geïnvesteerd. In (betere) huisvesting en leefomstandigheden, scholing van hun kinderen, enz. Maar ook in indirecte zin werkt het, bijvoorbeeld door het leren loslaten van oude gewoontes. Ik ben er trots op dat dochters van Brahim computerlessen volgden en dat er nu een op de middelbare school zit, dat er steeds meer kinderen – ook meisjes – mogen doorleren, dat hun vrouwen een goed gebit krijgen, dat ze aan elkaar doorvertellen dat het toch echt niet goed is om nichten en neven met elkaar te laten trouwen of batterijen of ander vuilnis zomaar weg te gooien, enz..
Een wandeling met Aziam Trek heeft dus echt meer om het lijf.

En wat levert het mij op, waarom doe ik dit nog steeds? Geen enkel financieel voordeel. Het is allemaal liefdewerk/oud-papier. Het kost me ontzettend veel tijd en moeite om elke keer weer een groep bij elkaar te krijgen. Ik ben immers geen reisorganisatie met naamsbekendheid, een groot advertentiebudget en andere financiële voordelen, enz. Ik moet het vooral hebben van de (unaniem) enthousiaste verhalen van mijn reisgenoten en de mensen die mijn initiatief willen steunen. Soms krijg ik ongefundeerde en onbegrijpelijke tegenwerking uit die reiswereld. Dit jaar moest ik drie reizen annuleren wegens te weinig deelname, en dat komt dan hard aan, vooral in Marokko. Maar de dankbaarheid en de warmte die ik terugkrijg van mijn Marokkaanse vrienden en de zo gastvrije bevolking én het genieten en de enthousiaste reacties van mijn reisgenoten na elke tocht, maken het allemaal meer dan waard. Wat is het immers mooi als een van hen zegt dat je hem elke dag weer een juweeltje schenkt……..
Of als anderen (ook winkeliers) me financieel helpen om een mobiele telefoon met ringleiding voor Brahim te kopen, of kleding of medicijnen meenemen. Of een website voor hem bouwen en onderhouden, zodat hij ook mee kan in de vaart der volkeren. Of een inzameling houden zodat hij nieuwe gehoorapparatuur kan kopen, omdat die van hem al meer dan 7 jaar oud is……………..

Het is voor mij bovendien een mogelijkheid om mijn “eigen project” te hebben in Frankrijk. Deden mijn man en ik in ons Nederlandse leven vrijwel niets gezamenlijk, in Frankrijk zijn en werken we met onze chambres d’hôtes elke dag samen. Dat gaat gelukkig goed, maar het is niet minder goed om er af en toe eens even alleen op uit te trekken, om ook mijn eigen dingen te doen.
Daarnaast geniet ik zelf met volle teugen van elk bezoek aan Marokko. Maar bovenal waardeer en koester ik de bijzondere relatie die Brahim en ik inmiddels hebben opgebouwd (een overtuigd moslimman en een moderne westerse vrouw……….).

Algemeen
De bagage van de deelnemers, de tenten en het eten wordt – afhankelijk van de bestemming – vervoerd door muildieren of kamelen. We overnachten de eerste nacht in Marrakech in een middenklasse hotel, de laatste nachten in een heerlijk rustige Riad midden in de Medina. Onderweg slapen we in tenten, gîtes (berghut), auberges (herberg) of bij mensen thuis. De maaltijden onderweg worden verzorgd door onze eigen vertrouwde koks, Momo of Omar. Afhankelijk van het aantal deelnemers gaat er naast Brahim nog een extra gids/begeleider mee.
Elke reis is en blijft een avontuurlijke reis in een andere cultuur, dat wil zeggen dat je ertegen moet kunnen als het bijvoorbeeld eens tegen zit of het programma om wat voor reden dan ook wordt omgegooid, dat je je aanpast aan de gebruiken van het land en die respecteert. De deelnemers krijgen tevoren uitgebreide informatie over het land en de reis en een paklijst.